Bronsedities uitgelegd: origineel, multiple of pièce unique
Bronsedities uitgelegd: origineel, multiple of pièce unique
Wanneer een kunstenaar zijn werk in brons wil laten gieten, komt al snel de vraag naar boven: hoe wordt het werk gepositioneerd? Als pièce unique, als origineel in beperkte oplage, of als multiple? Deze indeling bepaalt niet alleen de status van het beeld, maar ook de manier waarop galerijen en verzamelaars ermee omgaan.
Het referentiekader: Franse traditie als norm
Het belangrijkste uitgangspunt voor de terminologie rond bronsedities is de Franse regelgeving. In 1935 werd de benaming bronze d’art juridisch beschermd, en een decreet van 1981 legde verdere verplichtingen vast rond transparantie in de kunstmarkt. Daarop aansluitend formuleerden beroepsorganisaties in 1993 de Code de Déontologie des Fondeurs d’Art, die nog steeds richtinggevend is.
Hoewel dit geen Belgische wetgeving is, volgt de sector in België deze principes vrijwel systematisch. Ze gelden dus als het gemeenschappelijke referentiekader voor kunstenaars, galerijen en gieterijen.
Pièce unique
Een pièce unique is één enkel exemplaar, zonder oplage. Dit kan een bewuste artistieke keuze zijn, maar ook technisch voortkomen uit het gietproces (bijvoorbeeld bij verloren model). Bij monumentale sculpturen kiest men vaak voor een pièce unique of een zeer beperkte oplage, omdat schaal en kostprijs een natuurlijke begrenzing vormen. Een pièce unique heeft vanzelfsprekend een andere status dan een werk dat deel uitmaakt van een reeks.
Original
Een original verwijst naar een beperkte editie. Volgens de klassieke norm telt een bronzen editie maximaal 12 exemplaren: 8 genummerde beelden (1/8 tot 8/8) en 4 épreuves d’artiste (EA), ook internationaal bekend als AP (Artist Proof). Traditioneel worden de genummerde beelden met Arabische cijfers aangeduid (1/8, 2/8, …), terwijl de EA’s in Romeinse cijfers worden genoteerd (EA I/IV tot IV/IV).
De nummering start doorgaans met de genummerde exemplaren, gevolgd door de EA’s; in de Franse traditie gebeurde dit vroeger vaak omgekeerd. Destijds dienden de EA’s als proefstukken, zodat de kunstenaar het beeld kon verfijnen vóór de commerciële reeks van start ging. Tegenwoordig worden EA’s vooral gebruikt voor archief, kwaliteitscontrole of tentoonstellingen, maar de kunstenaar kan ze ook op de markt brengen. Technisch gezien verschilt een EA niet van een genummerd exemplaar binnen dezelfde editie, al is geen enkel beeld volledig identiek door het ambachtelijke karakter van het gieten en het handmatig afwerken van het bronzen beeld.
Bij grotere sculpturen kiest men meestal voor een kleinere editie (2 - 4 stuks in de editie, en minder EA’s).
Daarnaast kan een kunstenaar, na het realiseren van de eerste editie van 8 genummerde exemplaren en 4 EA’s, overwegen een bijkomende reeks te maken. Dit kan een verkleining of vergroting zijn, of uitgevoerd in een ander materiaal of patina. Dit kan bij veelvuldige reeksen het exclusieve karakter aantasten.
Edities hoeven bovendien niet in één keer gegoten te worden. Vaak maakt men een eerste exemplaar voor tentoonstelling, en volgen de overige pas bij verkoop. Bij kleinere sculpturen kan het wel kostenefficiënter zijn om de volledige editie in één productie te realiseren, maar dit blijft een strategische en budgettaire keuze van kunstenaar en gieterij.
Multiple
Wanneer er méér dan 12 exemplaren van eenzelfde model worden gemaakt, spreekt men van een multiple. Technisch is dat perfect mogelijk, aangezien een kwalitatieve silicone mal jarenlang meegaat. Toch verliest het werk hiermee de status van origineel in de klassieke traditie.
Vernietiging van de mal
Het is gebruikelijk dat, zodra de editie compleet gegoten is, de kunstenaar opdracht kan geven om de mal te vernietigen. Dat voorkomt dat er na afloop ongeoorloofd extra afgietsels worden gemaakt. De gieterij kan dan een bewijs leveren van vernietiging van de mal, wat belangrijk is voor transparantie richting kopers/verzamelaars.
Surmoulage en authenticiteit
Een bijzonder aandachtspunt is surmoulage: het maken van een mal op basis van een al gegoten bronzen beeld, in plaats van het originele model in was of klei. Hoewel dit soms gebeurt wanneer het originele model of de mal verloren is gegaan, heeft het belangrijke nadelen:
Bij elke gieting krimpt brons licht, waardoor surmoulages kleiner worden en details vervagen.
De casus Rodin is bekend: veel van zijn surmoulages verschillen merkbaar in formaat en scherpte van de originele edities.
Surmoulages vergroten de afstand tot de oorspronkelijke artistieke ingreep van de kunstenaar, wat gevolgen heeft voor authenticiteit en waardering.
Door inzicht te hebben in deze termen en tradities kunnen kunstenaars en gieterijen samen duidelijke afspraken maken. Transparantie en zorgvuldigheid zijn daarbij cruciaal om de artistieke intentie te respecteren en de geloofwaardigheid van het werk te waarborgen.
Veelgestelde vragen:
-
De kunstenaar of opdrachtgever blijft altijd eigenaar van de mal.